Veiligheid

Reglementering en actoren

De nucleaire installaties zijn onderworpen aan zeer strikte regels en controles

In België vallen de nucleaire installaties onder de wet van 15 april 1994 en het Koninklijk Besluit van 20 juli 2001, die in het bijzonder een continue verbetering van het veiligheidsniveau beogen door de verantwoordelijkheden van de verschillende actoren vast te stellen, de organisatie van de nucleaire veiligheid bij de exploitant te structureren (interne veiligheidscode) en te zorgen voor een systematisch en formeel beheer van alle aspecten van de nucleaire veiligheid.

De exploitant is verantwoordelijk voor de veiligheid van zijn installatie, want hij alleen is in staat om de concrete daden te stellen die de veiligheid direct beïnvloeden. De veiligheid is een prioriteit voor de exploitanten. Een veilige exploitatie waarborgt niet alleen de bescherming van het personeel, de bevolking en het milieu, maar ook de goede werking van de installaties op lange termijn.


Electrabel heeft een nucleair veiligheidsbeleid ingevoerd dat door het hoogste operationele niveau in de onderneming (de Gedelegeerd bestuurder) is goedgekeurd en wordt ondersteund. Dit beleid is bekrachtigd door een 'Interne nucleaire veiligheidscode' die een systeem van permanente verbetering van het veiligheidsniveau in stand houdt door het bepalen van de verantwoordelijkheden van de diverse medespelers, het structureren van de organisatie van de nucleaire veiligheid en het opleggen van een systematisch en formeel beheer van alle aspecten die met de nucleaire veiligheid en de stralingsbescherming verband houden.

Een interne preventie- en controledienst (Dienst Fysische Controle genoemd) wordt reglementair opgedragen om de naleving te controleren van het ARBIS. Om deze dienst zo efficiënt mogelijk te doen werken, wordt de interne veiligheidsevaluatie binnen Electrabel op verschillende onafhankelijke controleniveaus georganiseerd:

  • Kwaliteitscontrole niveau 1: een zelfcontrole op operationeel niveau door de operatoren van de centrales;
  • Kwaliteitscontrole niveau 2: een onafhankelijke controle van het operationele niveau, uitgevoerd door experts van de exploitant;
  • NICo-controle (Nuclear Independent Control): deze controle, die rechtstreeks afhangt van de Gedelegeerd bestuurder van Electrabel, staat er borg voor dat het veiligheidsbeleid van Electrabel door alle betrokken medespelers strikt wordt gevolgd en toegepast.

Het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle (FANC, http://www.fanc.fgov.be/) is verantwoordelijk voor de controle van de Belgische nucleaire installaties. Dit agentschap staat onder de voogdij van de minister van Binnenlandse Zaken en heeft tot doel erop toe te zien dat de bevolking en het leefmilieu op een doeltreffende wijze worden beschermd tegen het gevaar van ioniserende stralingen. Door zijn statuut geniet het van een grote onafhankelijkheid, die noodzakelijk is voor de onpartijdige uitoefening van zijn verantwoordelijkheid ten aanzien van de maatschappij.

Voor de permanente controle op de sites doet het FANC een beroep op een gespecialiseerde en door de Belgische overheid erkende instelling. In het geval van de kerncentrales van Electrabel is het de Associatie Vinçotte Nucleair (AVN, http://www.avn.be/) die deze controle tijdens de exploitatie uitvoert. Zoals het FANC heeft de AVN vrije en permanente toegang tot de installaties van Doel en Tihange