Blootstelling aan straling kan op twee manieren gebeuren. Er bestaan natuurlijke en kunstmatige stralingsbronnen. 87% van de radioactiviteit is afkomstig van natuurlijke bronnen.
Blootstelling aan straling kan op twee manieren gebeuren: bestraling en besmetting. In het eerste geval wordt het organisme blootgesteld aan een stralingsbron, meestal van externe oorsprong (kosmische straling, X-stralen, enz...). De stralingsbron kan echter ook inwendig zijn (binnen het lichaam), met name wanneer een radioactief element door het organisme is opgenomen. In het tweede geval zetten radioactieve deeltjes zich neer op de huid of kledij. Die deeltjes kunnen ook worden ingeademd of ingeslikt. Straling is vergelijkbaar met zonnestraling: om zich daartegen te beschermen, zoekt men de schaduw op of opent men een parasol. Besmetting is vergelijkbaar met regen: om zich daartegen te beschermen, trekt men waterdichte kleren aan.
Er bestaan natuurlijke en kunstmatige stralingsbronnen.
Natuurlijke radioactiviteit, die een dubbele herkomst heeft: kosmisch en aards. Kosmische straling is afkomstig uit de ruimte: al miljarden jaren bombardeert zij onophoudelijk onze planeet. Bodemstraling is de andere natuurlijke bron van radioactiviteit. Deze straling is afhankelijk van de bodemgesteldheid. Zo worden in streken met een graniethoudende ondergrond hogere doses radioactiviteit opgemeten. Dat is bijvoorbeeld het geval in Bretagne, het Centraal Massief en de Ardennen. Een deel van de radioactiviteit moeten we ook bij onszelf zoeken: de mens is van nature radioactief.
Kunstmatige radioactiviteit. De kunstmatige radioactiviteit zag het licht toen Irène en Frédéric Joliot-Curie er begin 1934 in slaagden om in hun laboratorium fosfor-30 aan te maken, een radioactieve stof die niet in de natuur voorkomt. Sindsdien zijn er verschillende honderden stralingselementen geproduceerd waarvan slechts een dertigtal voor wetenschappelijke en industriële doeleinden bruikbaar is. De medische activiteit is verantwoordelijk voor vrijwel alle kunstmatige straling waaraan wij tijdens ons leven blootstaan. De ontdekking van de radioactiviteit wekte al zeer snel de belangstelling van de geneeskunde. Hieruit ontstonden bijvoorbeeld de stralingstherapie (geneeskundige aanwending van straling) en nog later nog de nucleaire diagnostiek (gebruik van radioactieve tracers).