De Belgische overheid was de eerste die aan de exploitanten een verplichting oplegde die thans in veel landen wordt toegepast en deel uitmaakt van de huidige internationale aanbevelingen: de periodieke veiligheidsherziening (of tienjaarlijkse herziening). Deze verplichting, die is vastgelegd in de vergunningsbesluiten van de centrales, bepaalt dat, na de industriële inbedrijfstelling van de eenheid, de exploitant en het erkend organisme om de tien jaar moeten overgaan tot een vergelijking tussen enerzijds de staat van de centrale en de regels die er worden toegepast, en anderzijds de meest geavanceerde reglementen, normen en praktijken uit het buitenland. Deze periodieke veiligheidsherzieningen maken het mogelijk om, naast de permanente verbeteringen aan de installatie, het veiligheidsniveau aanzienlijk te doen evolueren. De vernieuwing van de controle- en besturingssystemen, de instrumentatie- en veiligheidssystemen of de brandbeveiliging zijn voorbeelden van zulke verbeteringen.